vrijdag 26 mei 2017

Achter de cijfers

Op de website van de Golden Ten kun je tot en met 2005 de uitslagen terugzoeken. Best leuk om even in te grasduinen. Mijn eerste Golden Ten (2004?) staat er net niet meer op: die liep ik in 43.35, weet ik nog. Tien jaar geleden deed ik er 42:22 over, zie ik nu. Een jaar later was mijn tijd 40:16 en in 2009 (met ‘marathonbonus’: het verschijnsel dat je ná een marathon nog een paar weken volop kunt profiteren van de gelegde basis) 39:07. Voor 2010 staat 38:40 in de boeken, maar was het parcours toen echt 10 km lang...? De jaren erna gooiden blessures een aantal keren roet in het eten en liep ik nog een paar keer tijden van zo rond de 41 a 42 minuten.

Wat op diezelfde website niet meer terug te lezen is zijn de verhalen achter de tijden. Het is één van de redenen om deze blog bij te houden: om de blijdschap, teleurstellingen, euforie, pijn en andersoortige emoties en anekdotes niet verloren te laten gaan. Dit jaar zou ik dan eindelijk weer een nieuw hoofdstuk kunnen bijschrijven, want stond ik ‘gewoon’ weer aan de start van de Delftse Hemelvaart-klassieker. Mijn tijd was 41.12 (om die meteen maar weg te geven), maar wat was het verhaal? Wat was typisch voor en daarmee gedenkwaardig aan de Golden Ten van 2017?

Tja...

Natuurlijk, het was een soort van rentree na een lange, slepende blessureperiode. (Durf ik dit echt? In de verleden tijd over mijn voetblessure schrijven?! Woohoo!)  Maar ook weer niet een echte rentree, want inmiddels had ik met de Paasloop en OckRun al twee geslaagde tests doorstaan en in dat opzicht ook nu weer alle vertrouwen in een goede afloop.

De omstandigheden dan. Het was warm. Maar ook weer niet extreem warm, vond ik zelf. De eerste paar kilometer liepen we grote stukken in de schaduw.  Oké, rond kilometer 8 vals plat omhoog in de brandende zon, dat was pittig. (Zie foto, die net daarna is genomen…) Het was het begin van een lijdensweg die min of meer aanhield tot aan de finish. Maar afzien in de laatste paar kilometers, dat is bij een Golden Ten niks bijzonders.


Net als het van huis kunnen lopen naar de start, de warming-up langs de Delftse grachten, het clichématige maar daarmee niet minder mooie 'Final Countdown' bij de start, het schuin oversteken van de met publiek bezaaide Markt, het afwisselende parcours van 'stad en land', die ene collega die altijd op exact dezelfde plek langs de route staat, de scherpe bocht vlak voor de finish, de fijne sfeer na afloop. Allemaal even mooi, maar soms leek het wel alsof ik door een oude blogpost rende. Wat dat betreft was die 41.12 wel een passende tijd voor deze editie. Geen toptijd, zeker geen teleurstellende tijd, een tijd precies tussen mijn eerste (langzaamste) en snelste Golden Ten.

Misschien heb ik inmiddels wel zo veel edities van deze klassieker gelopen - mijn kast puilt inmiddels uit van de herinneringsshirts, in alle kleuren van de regenboog - dat het steeds moeilijker wordt om er echt nieuwe ervaringen op te doen. Natuurlijk is juist dit ook de kracht van de Golden Ten: het feest der herkenning. En gezien die ellendige blessures van de afgelopen 1,5 jaar ben ik heel blij dat ik dit jaarlijkse feest überhaupt weer kon vieren. Als een verjaardag met opnieuw dezelfde vrienden en familie, die ook zonder verrassingen toch gewoon weer heel gezellig en geslaagd is…

De volgende  loop wordt wat dat betreft 'een heel ander verhaal'. Samen met mijn broer heb ik me ingeschreven voor de Urban Trail in Den Haag. Deze loop wordt pas voor de tweede keer georganiseerd, gaat over een uniek parcours (o.a. dwars door het Paard en het Haags Historisch Museum) en kent geen tijdregistratie. Kortom, geen cijfers, herkenning of herinneringen die een unieke ervaring in de weg kunnen zitten. Ik heb er zin in!

Net als, gewoon weer, in de Golden Ten van 2018...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen